Het oude dametje en de brem
avatar

Een verhaal

brem

Begroeting

Als ik binnenkom zit het oude dametje netjes aangekleed in haar rolstoel aan tafel. De stoel wordt steeds groter en het dametje steeds kleiner.

‘Goeiemorgen! Ik ben het, Rita, ik hoor bij je oudste zoon P.’

Twee heldere blauwe ogen kijken me onderzoekend aan. Ik zie ze zoeken maar ze vinden geen herkenning. Mijn bestaan ligt vast in een van de omgevallen boeken uit haar boekenkast, de kast die we meestal geheugen noemen *).

‘P. kan niet komen, hij is op de fiets naar Spanje.’

‘Daar zijn het jonge jongens voor’, is het antwoord.

‘Wie zei je dat je bent?’, vraagt ze vervolgens, een beetje mompelend zodat ik het bijna niet versta.

‘Ik ben Rita! Ik ben getrouwd met je oudste zoon.’

Ergens in haar hersenen klikt een palletje tegen een ander palletje en ze glimlacht breed als ze zegt: ‘Oooo, kijk ‘ns aan, Rita!’ Ze kijkt me nu van dichtbij heel goed aan. ‘Tsjongejonge, Rita, wat ben jij oud geworden.’

‘Dat gaat vanzelf’, lach ik terug, maar het palletje is alweer los geklikt. De blauwe ogen kijken me weer vorsend en niet-herkennend aan als even tevoren.

Mompelend hoor ik haar zeggen: ‘mijn dochter was hier net nog, waar is ze toch gebleven?’

‘Ze is vast even naar het toilet’.

‘Wablief?’

‘Ze is even naar de wc.’

‘Dan komt ze zo weer’.

Kanaal

Na een tijdje gaan we wandelen. Ik duw de rolstoel naar het kanaal waarlangs ze vele uren heeft gewandeld en gefietst.

‘Wat is het mooi’, zegt ze, ‘en het groen is zo fris. Deze laan is echt mooi.’

‘Alles is laat want het is veel te koud voor de tijd van het jaar. Het is al mei.’

‘Koud is het wel, vooral mijn handen.’

‘Kijk, zie je, de brem staat prachtig in bloei.’ Ik pluk een paar takken en stop die in haar oude handen.

‘Dat voelt stevig’, hoor ik haar zeggen.

Wandelen

Alle voorbijgangers worden vriendelijk begroet met een ‘goeiendag saam’ en iedereen groet terug. Ik duw de rolstoel ondertussen het talud op en af en op en af.

‘Ik had lucht in de banden moeten doen, wat een loeizwaar ding zeg.’

Haar antwoord: ‘de lucht is grijs’.

‘Waar zijn we eigenlijk?’, vraagt ze.

‘In de Bargeres, in Emmen. Hier woonde je op de Holtingerbrink.’

‘Nee, ik woonde op de Sterrenkamp, bij m’n vader en moeder.’

Kastanje‘Ach ja, dat is waar ook, sorry dat ik dat even vergat.’

‘De kastanjes staan in bloei op de Sterrenkamp, dat is zo’n mooi gezicht’.

Op dat moment lopen we onder een prachtige kastanje die in volle roderoze bloei staat. Ik slik even. Sommige boeken staan nog fier overeind.

‘Weet je ook waar P. woont?’

‘Jazeker, in Groningen. Het gaat hem goed’.

Murmelen

Af en toe klinkt er wat gemurmel. Soms buig ik me voorover om het te verstaan, maar ze lijkt daarvan te schrikken dus ik laat het mompelen maar gaan en bestaan.

Dan klinkt het gemurmel dringender. Er is een boodschap: ‘mijn voet zuigt zich vast aan mijn been’.

Haar rechtervoet blijft niet goed staan op de voetsteun en wil er iedere keer bij op het daarvoor te kleine linkerplankje.

‘Ik zet je voet even goed’.  Haar been is stijf. Het buigt amper meer mee.

We moeten naar huis, de wandeling heeft lang genoeg geduurd. Als ik binnen ben, loopt het zweet langs mijn rug van de inspanning van het duwen van de rolstoel.

Warme maaltijd

Thuis wacht de warme maaltijd. Het is een vreemde mix van ingrediënten.

‘Lekkere maaltijdsoep’, prijs ik het roodbruine prutje. De stramme handen roeren in de prut en met de lepel omgekeerd wordt keer op keer de rand schoongeveegd. Er wordt hier nog steeds niet gemorst.

Ik wil helpen maar weet niet of dat op prijs wordt gesteld. Bij wijze van hulpalternatief stuur ik de lepel. Hapje nemen, lepel afvegen, nog een keer afvegen en dan langzaam naar de mond. Het moment dat de lepel uit de prut vrij komt en de zwaai naar de mond moet worden gemaakt, is het moeilijkst. De elektrische bedrading in de hersenen hapert daar. Eenmaal in beweging gaat haar mond vanzelf open en happen, kauwen en slikken gaan helemaal goed, autonoom en natuurlijk zonder morsen.

Tien minuten later zijn er acht hapjes maaltijdsoep verorberd. Ik snap waarom dit dametje steeds ieler wordt, ze eet het dieet van een peuter.

Als het tijd is om te gaan, geef ik haar een knuffel.

Ze is er nog, dit dametje. Sterker nog, ze is.

oude handen

30 mei 2013

NB: De directe familie van mijn schoonmoeder gaf toestemming voor publicatie van dit verhaal. Daar ben ik blij mee en dankbaar voor.

Noot *)

*): mijn goede vriend Huub Buijssen, die ik ken uit de tijd dat wij beide Psychologie studeerden in Nijmegen, schreef, alweer een leven geleden, een aantal heldere boekjes over dementie. Je vindt ze op zijn website onder publicaties: ‘de heldere eenvoud van dementie’ en ‘de beleving van dementie’.

Het geheugen als boeken in een boekenkast is een vondst van hem. Bij dementie vallen langzaamaan de boeken in de boekenkast om. Eerst de boeken die het laatst zijn geschreven om langzaamaan door te gaan tot uiteindelijk de boeken aan de beurt zijn die het allereerst werden geschreven.

Naschrift

Vandaag, op mijn verjaardag, belde het verpleeghuis vroeg in de middag. Het oude dametje, mijn schoonmoeder, is onverwacht overleden. Vredig, zittend in haar rolstoel, met een glimlach om haar mond.

Ik was de laatste van de naaste familie die haar zag, die zondag 26 mei. In de trein terug schreef ik dit verhaal in een klein notitieboekje. De laatste woorden, die mensen ‘raak’ vinden, zijn nu ineens veranderd. ‘Ze is’ is ineens ‘Ze was’.

Ik belde mijn man, in Frankrijk op zijn fietsje, om het hem te vertellen. Het was een emotioneel gesprek. Ik wilde hem vasthouden, maar dat kon alleen in gedachten. Het is troostrijk dat er deze week een lijntje van boven of een weggetje binnendoor liep door onze levens.

1 juni 2013


Reacties

Het oude dametje en de brem — 10 reacties

  1. Hi Rita.
    Mooi geschreven, leuke korte verhaaltjes. Even vluchtig als het geheugen van een dementerende. Heel herkenbaar voor mij. Zo zien onze gesprekjes er ook uit bij die mensen. Het maakt wel verschil als het je eigen vader of moeder is.

  2. Ha Rita, gelukkig kan ik het sommetje nog! Herkenbaar, liefdevol en mooi beschreven. Zo heb ik ook heel wat rondjes gewandeld met mijn moeder rond het Carolushuis op de Bosdrift in Hilversum. Rolstoel en vals plat…heel goed voor je conditie!!

  3. Het “oude dametje” is mij welbekend, tijdens mijn 37-jarige dienstverband als iemand die dat “onherkenbare rode prutje” meer dan eens bereid heeft als kok in diverse zorginstellingen in de regio Amsterdam en Zaanstreek-Waterland. Licht en liefde verlaten ons elke dag. Maar elke keer als er een streepje zon verdwijnt, blijft er een klein vonkje hangen. Van al die wel- en niet demente mensen die je kunnen voeden met verhalen, wijsheden en begrip. Dankbaar, dankbaar omdat ik een groot deel van mijn leven heb door kunnen brengen in de buurt van al dat licht en wijsheid. Dankzij mijn levensovertuiging ben ik er zeker van dat deze kennis en liefde NOOIT verloren gaat. Duidelijk verdriet om een mens wat verloren is gegaan, blijdschap om het feit dat die ziel bijdraagt aan alles wat “mensheid” ooit zou moeten gaan betekenen. Sterkte Rita en de familie. Binnenkort wordt een nieuwe ster geboren. die ster is het “oude dametje”, wakend en sturend over wie achter is gebleven. Kus. Rob

  4. Wat fijn dat je, ondanks het feit dat je nog niet helemaal lekker in je vel zat, toch geweest bent die laatste keer. Dat jullie het goed hebben gehad toen.

    Sterkte de komende tijd. Knuffel, ook voor Paul.

  5. Lieve Rita,

    Toeval bestaat niet, een grotere macht heeft jou een lijntje gegeven om contact te maken met die oude dame, opdat je haar omgevallen boeken in ontvangst kon nemen…. Lees deze boeken vaak en haal er je wijsheid uit!
    Heel veel sterkte met het verwerken van dit verlies voor jou en je man.
    “Iemand is pas echt dood, wanneer deze persoon uit je gedachten en herinneringen is….”

    Groetjes, Carmen.

  6. Lieve Rita,

    Je verhaal raakt me. Ik zal je zeggen waarom. Op 23 maart heb ik voor de laatste keer in mijn leven (en van ons gezin), een wandeling gemaakt met mijn dementerende moeder. Toen ik het een week later voorstelde, klaagde ze over moeheid. Iets wat ik niet van haar ken. Een dag later viel ze en brak ze haar heup. Ze kreeg longontsteking en overleed twee weken later, op 5 april. Ik moet nog vaak terugdenken aan de laatste wandeling met haar en aan de laatste keer dat ze uit bed was, 5 dagen voor haar overlijden. De laatste keer dat ik haar gelukkig zag. Ik heb je vaak verteld hoe gek ik was op mijn moeder, je snapt nu waarom je verhaal me raakt. Het wandelen, het hannesen met de voetsteun, het moeizaam helpen met eten, ja dat alles roept meteen herinneringen op de laatste dagen met mijn moeder. Ik weet dat ik bij andermans verdriet niet meteen over dat van mezelf mag beginnen, maar het is nog zo vers allemaal. Hopelijk neem je het me niet kwalijk. Veel sterkte in deze emotionele dagen.

    Huub

  7. Pingback: Populaire blogs en absurd zoekgedrag op Google - runningrita

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maak de som af om je reactie te plaatsen * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.