Ik wens je een mooi en gezond 2024 toe!
30 december 2023
Ik wens je een mooi en gezond 2024 toe!
30 december 2023

Als sportliefhebber heb ik een aantal aanpassingen moeten doen toen sporten met één oog mijn werkelijkheid werd. Ik voel me niet gehandicapt, hoewel mijn rechteroog blind is vanaf maart 2015 en ik sinds eind 2018 een oogprothese draag. Sporten gaat even prima als voor het ooginfarct.
In dit blog mijn ervaringstips over sporten met één oog.
Een tijdje terug was ik een van de gastsprekers op het jaarlijkse Oogcongres, een eendaagse bijeenkomst die ieder jaar wordt georganiseerd door de Oogvereniging, patiëntenvereniging voor blinden en slechtzienden.
Vereniging Oog-in-oog, patiëntenvereniging voor mensen die met één oog leven, werkt samen met de Oogvereniging en was uitgenodigd om een deel van het middagprogramma in te vullen. Het thema zou ‘Sporten met één oog’ zijn.
Ik had wat tips voorbereid voor de deelnemers aan onze workshop, dit bleken meest mensen te zijn die óf slechtziend zijn óf die, net als ik, één blind oog hebben. Enkele deelnemers hadden hun partner meegenomen.
Om te illustreren dat je ook met één oog prima kunt wielrennen, had ik aan Frank Barendsen, de huisfilmer van CTC Utrecht, de toerfietsvereniging waarvan ik lid ben sinds september 2021, gevraagd om een filmpje te maken dat ik kon gebruiken ter illustratie van mij verhaal.
Hieronder het filmpje dat ik in een iets kortere versie heb laten zien tijdens de workshop. Je kunt mij herkennen aan mijn witte helm, witte schoenen en iets te veel kilo’s rond de taille.
Copyright: Frank Barendsen

Op 1 november stopte ik met mijn werk bij FRISS. Na 39 jaar in een ijzeren werkritme van maandag tot en met vrijdag is dat een vreemde gewaarwording.
Ongeveer iedereen wenst je geluk bij het afscheid en voegt eraan toe dat ‘nu het genieten begint’, soms zelfs wordt dat ‘het-grote-genieten’ genoemd.
Ik wist steeds niet goed hoe daarop te reageren. Ik heb een wat moeizame relatie met het begrip ‘genieten’. Alsof ‘genieten’ het hoogste doel in het leven is. Dat is het voor mij niet, dat is het nooit geweest en ook in de toekomst is het niet hetgeen ik nastreef.
Soms worden andere woorden gebruikt. Dan hoor je woorden als ‘vrijheid’, ‘geen wekker meer’, ‘doen waar je zelf zin in hebt’. Het lijkt allemaal een hoog ‘ik-gehalte’ te hebben. Deze woorden kloppen allemaal wel, maar ze zijn niet per se meteen ‘genieten’.
Wat moet ik met al die vrijheid? Is leven zonder wekker wel prettig voor een avondmens als ik? Ik ben bang dat ik dan helemaal niet meer uit bed kom. En doen waar ik zelf zin in heb? Weet ik dat wel wat dat is als het ‘moeten’ van werk weg is?
Vrijheid klinkt leuk, maar het was mij niet 1-2-3 duidelijk wat ik ermee aan moest. Dientengevolge deed ik van alles, maar ‘genieten’ was het niet.


Onze kerstkaart is vrolijk genoeg, daar ligt het niet aan. Er staan foto’s op van onze geslaagde derde fietsvakantie in Schotland en van het vrolijke feest voor de 70e verjaardag van de-man-over-wie-ik-niet-schrijf.
De kaart is een beetje vaag uitgevallen en zo voel ik me al de hele kerstvakantie, een beetje vaag.
Ik geloof dat er iets van weemoed in mijn gemoed is geslopen.
Hoe komt dat zo? Heeft het te maken met de verjaardag van mijn vader die op 24 december 93 jaar zou worden, ware het niet dat hij al vanaf zijn 74e dood is?
Ik kan hem bij tijd en wijlen geweldig missen en met weemoed terugdenken aan wat een fijn mens hij was en hoe betrokken hij was bij ons gezin. Ook kan ik weemoedig alles de revue laten passeren waar hij geen weet van heeft gehad omdat er in bijna 20 jaar zo enorm veel gebeurt.
Halve van MonsterDe Halve van Monster was uitverkoren als najaarsuitje van mijn loopgroep: de HLG van U-Track.
Ik dacht: ‘Monster? Waar de fuck ligt Monster?’
Ik dacht eerst aan de Achterhoek, maar nee, daar heb je Montferland.
Daarna: ‘Ligt het niet in Duitsland?’
‘Nee muts, in Duitsland ligt Munster.’
Het mag duidelijk zijn; ik was onbewust onbekwaam ten aanzien van het bestaan van Monster, laat staan dat ik wist van het bestaan van de Halve van Monster.
Toen vroeg ik mijn goede vriend Google om hulp en die wist het wel: Monster is een dorpje aan de Nederlandse kust.
Het ligt tussen Den Haag en Hoek van Holland, in het Westland. Ik wist bij wijze van spreken niet eens dat daar ook strand en zee zijn. Het Westland is zo’n gebied in het land waar ik echt helemaal nooit kom.
De Halve van Monster is het kleine zusje van de Halve van Egmond.
Het verschil tussen beide is dat je bij de Halve van Monster niet alleen een halve marathon kunt lopen, maar ook een tien en vijf kilometer en je kunt er ook wandelen. Er is voor elk wat wils en precies om die reden besloot het organisatiecomité dat we dit najaar zouden afreizen naar Monster aan Zee.

Gisteren was het weer zover: de zoveelste Pheidipipdesloop stond op het programma; de estafetteloop waarbij je met een team van zeven mensen de hele marathon loopt. Ik had twee teams ingeschreven van de bosgroep van U-Track onder de welluidende namen HLG Puppy’s en HLG Kittens.
We werden 34 en 35. Van 36.
Dus.
Snel zijn we allang niet meer. En het woord ‘gemoedelijk’ past beter dan het woord ‘fanatiek’. We doen mee om een gezellige en sportieve dag te hebben met elkaar.
Dat lukte prima, ook dankzij het sublieme weer dat we eigenlijk niet subliem mogen noemen, want: klimaatinstorting. Ja, je leest het goed: klimaatinstorting. Dat vindt Greta (Thunberg) een betere term dan klimaatverandering.
Dus.

De mores van het wielrennenSinds een maand of acht fiets ik bij een fietsclub: CTC Utrecht. Nu ik een beetje gewend ben, wordt het tijd om de mores van het wielrennen eens onder de loep te nemen.
Bij CTC kun je wielrennen, mountainbiken en gravelen. Van gravelen had ik nog nooit gehoord, maar dat doe je op een racefiets die meer stevigheid heeft en minder snel is, maar waarmee je met een gerust hart over halfverharde paden kunt fietsen.
Ik zit, samen met mijn exact tien jaar oude racefiets, bij het wielrennen.
So far, so good.
Een fiets uit 2012 heeft vóór, ter hoogte van de pedalen, drie tandwielen en dat is heden ten dage een totale no-go-zone in racefietsland. Je moet twee tandwielen hebben, dan hoor je erbij. Met mijn drie tandwielen val ik al door de mand nog voordat ik ene kilometer heb afgelegd.
Verder moet je fiets zo zwart mogelijk zijn, met heel weinig reclame erop. Die van mij is wit met blauw en er staan best wel wat letters en emblemen enzo op dus ook dat is een punt van aandacht.
Een kort verhaal over mijn terugkeer als hardloper. Hoewel het hardlopen als een slak is, ben ik er super blij mee. Ik heb het hardlopen enorm gemist de laatste jaren!

Vorig jaar ging ik uit het bestuur van atletiekvereniging U-Track omdat ik dacht nooit meer te kunnen hardlopen door een beknelde zenuw die was veroorzaakt door een hernia, maar het wonder is geschied: de zenuw is deels hersteld en sinds oktober 2021 kan ik weer hardlopen.
Ik ben zo langzaam als een slak, maar dat mag de pret niet drukken: ik ren weer!
Precies 2,5 jaar heb ik niet kunnen hardlopen, en ik mag wel zeggen: dat is heul lang.
Als alternatief ben ik gaan fietsen en ik moet zeggen, dat is leuker dan gedacht. Ik dacht altijd dat het reuze saai was, een rondje fietsen. Liever fietste ik in de vakantie naar een doel dat een paar honderd kilometer verderop lag.
Het fietsen is zelfs zo leuk dat ik lid ben geworden van een heuse fietsclub: cTc in Utrecht. Let vooral ook op de schrijfwijze. De c’s klein en de T groot en zo stelt het een fiets voor.
Lumineus!
De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik het pas zag toen werd verteld waarom je het zo moest schrijven. Over het fietsen ga ik nu niet uitweiden, dat komt ik binnenkort wel.

Fijne feestdagen en een goede start van 2022!
~~~
23 december 2021
Een levenslange vrolijke vriendschap
Mijn moeder Winy en Titia kennen elkaar 82 jaar en zijn even zolang vriendinnen.
Titia overleed twee weken geleden, 90 jaar oud, en haar zoon Marcel vroeg aan mijn moeder of ze tijdens de crematie iets wilde zeggen over hun lange en vooral vrolijke vriendschap.
Dat wilde mijn moeder wel, maar voor de zaal staan, dat leek haar geen goed idee. Ze was te zeer aangedaan door het overlijden van Titia. In haar plaats vertelde ik het verhaal van hun vriendschap, die een leven lang duurde. Dat deed ik aan de hand van vijf fragmenten uit verschillende levensperioden.
Met toestemming van Marcel neem ik de verhalen hier over, ter ere van Titia en mijn moeder en de vele vrolijke momenten die ze samen deelden en de steun die ze aan elkaar hadden.
Het is 1940, Duitsland houdt grote delen van Europa bezet. In Nederland wordt de Douane opgedoekt door de Duitsers waardoor het gezin van mijn opa en oma wordt overgeplaatst vanuit Hoek van Holland naar Eindhoven. Het gezin krijgt een huis toegewezen in de Centauriestraat, in Stratum. Mijn moeder, die dan vijf jaar is en vroegwijs, gaat naar de tuin en ziet daar een meisje nieuwsgierig over de schutting kijken.
Het meisje is Titia, die dan 8 jaar is. Titia wilde weleens weten wie er naast haar waren komen wonen. De meisjes zwaaien naar elkaar. Zonder dat ze het op dat moment kunnen weten, is het begin van een levenslange vriendinnenvriendschap geboren.