Slapeloos onweer
Vannacht lag ik urenlang wakker. Het onweerde voortdurend. Soms was het onweer dichtbij en soms was het op afstand. De slaapkamer was onwezenlijk licht. Regelmatig maar zonder vast patroon was er stroboscopisch en hel opflikkerend licht te zien. Daartussendoor bleef het door de dichte gordijnen heen lichter dan anders.
Ik draaide, zweette, stond op, ging weer liggen, draaide nog een keer, dronk een slokje water, ging weer liggen, draaide, zweette en…
Ik was klaarwakker.
Mijn slapeloosheid had niets te maken met het onweer.
Onweer vind ik mooi. Als ik kon fotograferen zou ik proberen de bliksemschichten te vangen.
Gedachtestorm
Slapeloos ben ik door een storm aan gedachten en ideeën in mijn hoofd die leiden tot nieuwe plannen, lijstjes om af te vinken, gedachten over gesprekken die ik anders had moeten voeren, dingen die ik voortvarend op zou moeten pakken, de dingen die ik morgen niet moet vergeten.
Over de gekste dingen kan ik uren puzzelen. In bed althans. Vannacht hield het woord ‘onweer’ me een tijdje bezig.
Onweer
‘Wat een raar woord: ‘onweer’.




















