Peppi en Kokki ontdekken het Nederlandse platteland
avatar

Nederlandse plattepandHet Nederlandse platteland tijdens een weekje vrij

Ik heb een weekje vrij en wat kun je dan beter doen dan een stukje fietsen?

Nou, uhm…

Precies, dat dacht ik ook.

Dus fietsen werd het.

In vier dagen zouden we fietsen via Eindhoven naar Nijmegen en van daaruit weer terug naar Utrecht. Ondertussen zou het Nederlandse platteland bieden wat het te bieden heeft: grazige weiden, stallen van klein tot mega, af en toe een natuurgebiedje, veel kanalen, rivieren en riviertjes, een paar pontjes en heel veel fietspad.

Nederlandse platteland Nederlandse platteland

Knooppunten

We gebruikten opnieuw de onvolprezen fietsknooppunten om het Nederlandse platteland te doorkruisen.

De eerste dag was zonder meer mooi. Het was koud en de volgende dagen zou het nog kouder worden. We fietsen door het rivierenland van de Kromme Rijn, Lek, Linge, Waal en Maas. De uitzichten waren prachtig, vooral die over de rivieren en we passeerden een paar mooie dorpen, waarvan Buren de mooiste was.

Net toen we daar pauzeerden viel de enige fikse regenbui die ons ten beurt viel deze (korte) fietsvakantie.

Een mazzeltje voor ons.

Nederlandse platteland

Veerponten

De tocht voerde langs een aantal veerponten. De eerste, bij Culemborg, wordt op zijn plaats gehouden door drie kleine bootjes, of meer waarschijnlijk door iets dat is verankerd in de bodem en dat via de bootjes naar de pont leidt.

De tweede bij Tiel die ons over de machtige Waal zette, was een boot die moest draaien. Dat maak je met een pont niet vaak mee. Vaak is het heen-en-weer en weer-en-heen. Deze ging heen-keerom-weer-keerom-heen-keerom-weer, etc.

De laatste van de dag bracht ons aan de overkant van de Maas, bij Lith. Dit was weer een reguliere heen-en-weer-vaarder.

Op alle ponten moest het mondmasker op. Met onze helmen erbij op zagen Peppi en Kokki eruit als heuse beschermmiddelenfetisjisten.

Hotelletje

Tevoren boekten we een hotelletje in Maren-Kassel, een dorp waar Peppi en Kokki nog nooit van hadden gehoord, maar wat net ten Zuiden van de Maas ligt. Met ruim 74,5 km op de teller kwamen we netjes rond vier uur in de middag aan.

Het hotelletje had ook een brasserie waar we ’s avonds heerlijk aten.

Naar Eindhoven

De tweede dag fietsten we door het Brabantse land naar smam in Eindhoven. De wind stond de hele dag tegen en waaide flink. Het was koud-of-the-box, deze rit.

Nederlandse platteland

Mooie dorpen: Geffen en verder niks bijzonders tegengekomen, tenzij je Heeswijk-Dinther of Son mooi vindt, maar ons kon deze dorpen niet bekoren. Gewoon Hollandse dorpen waarbij nieuwe wijken worden gebouwd die eruit zien als jaren ’30 wijken, maar dan met te nette bakstenen, te nette erkers met (altijd!) twee te nette vazen erin met iets te takkerigs erin en altijd een te nette voortuin.

Kortom, allemaal saaie dorpen, hoewel dat een pleonasme is, want een dorp is natuurlijk per definitie saai.

Aan het eind van de tweede dag hadden we 63,1 km op de teller. Onderweg vergaten we foto’s te maken, het was te koud om steeds te stoppen.

Weer wind tegen

Op de derde dag dachten we de wind mee te zullen hebben maar niets was minder waar; de sluwe vos had besloten in de nacht te draaien naar het noordoosten waardoor wij opnieuw de hele dag tegen de wind in beukten.

De omgeving was saaier dan saai. Jeetje kreetje, wat is Oost-Brabant saai zeg. Alleen maar boerenland en verder niks. Geen natuurgebied, geen bos, geen heide, alleen maar weiden en boerenhoeves afgewisseld met het typisch Nederlandse droomhuis: een alleenstaand huis met bij voorkeur een rietgedekte kap, ook wel boerderette genoemd.

Dus wij zagen op fietsdag drie door het Nederlandse platteland vele, vele boerderijen en boerderettes. En verder koeien, paarden, schapen, een stuk of wat geiten, kippen in soorten en maten en een enkele alpaca en flink wat buizerds.

Kortom, het platteland zoals je je dat voorstelt.

Maar wel saai om de hele dag doorheen te ploegen. Tegen de wind ook nog. Het afwisselendste stuk vormden de tien kilometer langs het Wilhelminakanaal aan het begin van de tocht.

Nederlandse platteland

Terreinwagen

Af en toe werden we gepasseerd door zo’n auto die je typisch op het platteland zien rondtoeren: zo’n jeepachtig rechthoekig geval met een koeienrek voorop. Zo’n rek is natuurlijk reuze praktisch als je op ‘s vaderlands’ wegen lastig wordt gevallen door wild rondlopende runderen en wat dies meer zij.

Samenvattend: de Nederlander droomt van een bestaan in een boerderette op het Nederlandse platteland met een terreinwagen voor de deur en voor het raam twee vazen met iets takkerigs erin (dit dankzij wijlen Jan des Bouvrie die de gemiddelde Nederlander aan het getal twee hielp: ‘Een vaas is niks, twee moeten het er zijn’).

Pech onderweg

Pas aan het eind van de dag kwamen we door een mooier stukje bij de Kraaijenbergse Plassen tegen de Maas aan bij Beers. Je kunt daar de Maas over via een brug, wat na alle pontjes ook leuk is natuurlijk, zij het niet dat Peppi op driekwart van de brug een vastloper had en het wiel compleet geblokkeerd stond.

De derailleur bleek niet naar beneden te staan, maar stond 180 graden gedraaid rechtop omhoog en blokkeerde een paar spaken. Zo te zien was er ook iets afgebroken in de derailleur en nader onderzoek maakte duidelijk dat ook de ketting was gebroken. De hele fiets was aan gort gereden.

Best snel voor een Snelfiets van nog geen twee jaar.

Loopfiets

Er zat niks anders op dan steppend de brug af te gaan en in het dorp Heumen aan de noordkant van de Maas de balans op te maken en een plan. In een café dat eigenlijk niet open was, maar dat toch een paar koppen koffie en een sinas (voor Kokki) wilde verkopen, maakten we ons reserveplan.

Plan de campagne

Het plan was vrij simpel: het zadel werd naar beneden gezet waardoor er een soortement loopfiets ontstond en daarnaast zou Kokki Peppi duwen naar het dichtstbijzijnde NS-station, in Mook.

Zo gezegd, zo gedaan.

Mook-Nijmegen

Na ongeveer vijf kilometer steppen en duwen was daar station Mook waar Peppi bleef wachten tot Kokki echt had kunnen instappen in de eerste trein die langskwam, want met Corona weet je het maar nooit, reiswijze gezien.

In Nijmegen werd de kapotte fiets gestald bij het station en ging het lopend op de vrienden aan waar het tweetal zou blijven slapen.

Toen Peppi daar aankwam stonden de fietsspullen van Kokki al in de gang. Het stuk Mook-Nijmegen was het mooiste deel geweest van de route van deze dag.

Het stel had beide 76,5 km op de teller.

Strava QOMs

Later die avond werd een verwijtend bericht ontvangen op Strava van een onbekende grootheid die Peppi maande Strava juist te gebruiken: ‘Als je in de trein stapt moet je Strava wel uitzetten dan….. scheelt een hoop KOMs (King of the Mountains). Dank namens de community’.

Grinnikend zag ik dat ik twee QOMs (Queen of the Mountains) op mijn naam heb staan: ‘Bosje langs het spoor’ en ‘Langs het spoor’. Beide bij het binnenkomen van Nijmegen. Onhaalbare records voor gewoon fietsend volk. Ook bij de mannen sta ik bovenaan met een gemiddelde van 96 km/u.

Balen voor al die andere mannen en vrouwen… Edoch wel erg grappig.

Dank aan de NS voor deze super records op mijn oude dag.

Dag vier – naar huis

Op dag vier werd ik heel luxe met de auto naar het station gebracht, daarna samen met de kapotte fiets met de trein naar Utrecht, overstappen op de stoptrein naar Utrecht-Zuilen, daar loopfietsend naar de fietsenmaker waar de fiets vandaan komt, toen met de bus en de nagelnieuwe tramlijn naar Utrecht-Oost, waarna ik na een stukje wandelen thuiskwam.

Onderwijl passeerde ik het beroemde Rietveld-Schreuder huis, da’s nog eens iets anders dan een boerderette.

Nederlandse platteland

Kokki ook thuis

Na ongeveer driekwartier kwam Kokki thuis, per fiets.

Peppi kon het niet geloven, had hij gesmokkeld onderweg en de trein genomen?

Nee, toch niet. Hij had deze dag de wind niet tegen en had de kortst mogelijk route genomen; iets meer dan 70 kilometer. De route was heel mooi geweest, veel bossen en heuvels op de Utrechtse heuvelrug en opnieuw het mooie rivierenland.

De reis van Peppi per auto, trein, loopfiets, bus, tram en benenwagen had ruim drie uur geduurd. In drie uur fiets je ook een aardig eindje weg, dat blijkt.

Al met al een geslaagde fietsvakantie, ondanks de pech onderweg en vier dagen koud-of-the-box.

Alleen Noordoost-Brabant zullen we niet snel nog eens aandoen. Het Nederlandse platteland dat enkel en alleen boerenland is, is té saai. Zelfs alle dubbele vazen achter de ramen met iets takkerigs erin compenseren dat niet.

18 oktober 2020


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Maak de som af om je reactie te plaatsen * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.